Een ambtenaar van de burgerlijke stand voor de rechter

D. Mulder, wethouder en ambtenaar van de burgerlijke stand te Winschoten, moest in 1855 voor de rechter verschijnen. Hij werd ervan beschuldigd dat hij “eene strafbare daad [had] begaan, door in drie geboorte-akten, aan de daarbij aangegeven kinderen, bekende geslachtsnamen als voornamen te geven”.

Fragmenten uit de geboorteaktes van Jan Takens Mellema, Hindrik Hillinga Smit en Henri Peerlkamp Richters

Fragmenten uit de geboorteaktes van Jan Takens Mellema, Hindrik Hillinga Smit en Henri Peerlkamp Richters

Mulder had in 1854 drie kinderen ingeschreven met de achternaam van hun moeder als tweede voornaam: Jan Takens Mellema (zoon van Geert Mellema en Jantje Takens), Hindrik Hillinga Smit (zoon van Egbert Smit en Trijntje Hillinga) en Henri Peerlkamp Richters (zoon van Albertus Richters en Suzanna Johanna Elizabeth Peerlkamp). Niets bijzonders, want dit soort namen waren in de negentiende eeuw schering en inslag, maar om de een of andere reden besloot de officier van justitie in dit geval tot vervolging over te gaan.

Dat Mulder de hem ten laste gelegde feiten had begaan, is duidelijk (zie afbeelding), maar was dit eigenlijk wel strafbaar? De officier meende dat deze namen inbreuk maakten op de Franse naamwet van 11 germinal an XI, die in de Franse tijd ook in Nederland was ingevoerd. Deze wet beperkte de keuze van voornamen tot namen die op de heiligenkalender voorkomen of bekend zijn uit de oude geschiedenis en verbood het gebruik van bestaande familienamen als voornaam.

Dat kon wel zijn, meende de rechter, maar de naamwet was sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 vervallen. Deze namen waren dus gewoon toegestaan en Mulder werd ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier liet het er niet bij zitten en ging in cassatie bij de Hoge Raad. Die nu oordeelde dat de wet van 11 germinal an XI ten onrechte als vervallen was verklaard en achtte Mulder schuldig

aan het hem bij dagvaarding te laste gelegde feit, hierin bestaande, dat in de drie geboorte-akten, door den gerequireerde als ambtenaar van den burgerlijken stand opgemaakt, voorkomt in de eerste als voornaam de de geslachtsnaam Takens, in de tweede als voornaam de geslachtsnaam Hillinga, en in de derde als voornaam de geslachtsnaam Peerlkamp, aan de daarbij respectivelijk aangegeven kinderen gegeven. (HR 4 januari 1856)

Mulder werd veroordeeld tot het betalen van drie geldboetes van elk ƒ 3,- en de kosten van de gerechtelijke procedures. De gewraakte voornamen zijn overigens nooit aangepast. Jan, Hindrik en Henri hebben hun hele leven Takens, Hillinga en Peerlkamp als tweede voornaam gedragen.

Een collega van Mulder in het nabijgelegen Hoogezand was niet op de hoogte – of niet onder de indruk – van het vonnis van de Hoge Raad. Hij schreef de op 26 januari 1856 geboren zoon van Jannes Marcus Cremer en Alberdina Takens doodleuk in onder de voornamen Jan Takens.

Reacties

  1. Leuke historische anekdote: Een ambtenaar van de burgerlijke stand voor de rechter http://t.co/xxnsrMH #overheid #ambtenaren via @vernoeming

  2. Leuke historische anekdote: Een ambtenaar van de burgerlijke stand voor de rechter http://t.co/xxnsrMH #overheid #ambtenaren via @vernoeming

  3. Een ambtenaar van de burgerlijke stand voor de rechter http://t.co/JFGJ8NrM #Voornamen

  4. Een ambtenaar van de burgerlijke stand voor de rechter http://t.co/wbAwjhSU via @Vernoeming

  5. Incidenteel komt het blijkbaar voor dat men bij de burgerlijke stand een aantal voornamen opgeeft, waarvan er één wel degelijk een bestaande achternaam is, die echter wellicht ook (ergens ter wereld?) als vóórnaam bestaat – en zó kennelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt geaccepteerd. Op deze website bijvoorbeeld, http://www.oorlogsdodennijmegen.nl/persoon.asp?odID=1357&info=1, is sprake van een kind waaraan kennelijk door de moeder voornamen werden gegeven, waarbij ook de achternaam van de biologische vader van het kind werd gebruikt, die het kind niet kon of wilde erkennen; misschien door de moeder alléén, om hem “zwart op wit” op zijn verantwoordelijkheid te wijzen, misschien ook juist in overleg met die biologische vader, als uitdrukking van het feit dat hijzèlf zich zeker bewust was van die verantwoordelijkheid.
    Citaat: “Waarschijnlijk was al vóór de geboorte duidelijk dat -vanwege regels van familierecht- de heer Peljak het kindje niet zou kunnen erkennen, aangezien de heer Peljak en mevrouw Storms niet [met elkaar] getrouwd waren. De heer Peljak was namelijk gehuwd met Maria Willemina Driessen (geboren te Westermeer op 24 februari 1897), aangezien het familierecht ook niet toeliet dat een getrouwde man bij een andere vrouw een kind zou erkennen. Mevrouw Storms en de heer Peljak hebben wellicht echter wel degelijk een gevoel van Peljaks verantwoordelijkheid jegens zijn dochtertje bij mevrouw Storms tot uitdrukking willen brengen, door aan het kind de volgende voornamen te geven: Ingeborg Friederike Maria Peljak. ” – Heel eerlijk en sympathiek van die mijnheer ; of héél verstandig en getuigend van een “vooruitziende blik” van die mevrouw…

    • Dat kwam inderdaad voor, vooral begin 19e eeuw in Friesland gaf men buitenechtelijke kinderen nogal eens de achternaam van de kennelijke vader als laatste voornaam mee.

      Meneer Peljak had officieel natuurlijk niets over de naam van het kind te zeggen. Misschien was hij inderdaad een sympathieke kerel en hebben hij en de moeder in goed overleg besloten het zo op te lossen. Of misschien wel niet en heeft de moeder deze naamgeving als een soort dwangmiddel willen gebruiken…

  6. Johan Nijhof zegt:

    Beste Maarten,
    Een paar maanden terug heb ik een satirisch kort verhaal geschreven, onder de titel “De weigerambtenaar”. Het gaat over een ambtenaar der burgerlijke stand, die geconfronteerd wordt met een vader die zijn dochter Godzilla wenst te noemen, en daar verrassenderwijs zelfs aardige argumenten voor aandraagt.
    Mocht je geïnteresseerd zijn, of er zelfs iets mee kunnen doen, e-mail me dan terug, zodat ik het je kan sturen. Ik ben zelf neerlandicus, en sterk geïnteresseerd in de namenproblematiek, hoewel ik meer focus op plaatsnamen.
    Met vriendelijke groet,
    Drs. J. Nijhof
    Friedrichstraße 237a
    10969 Berlijn
    Tel. 030-55143778

Trackbacks

  1. [...] Takens (Hoge Raad 4 januari 1856, achternaam mag niet als voornaam) [...]

  2. [...] (typeof(addthis_share) == "undefined"){ addthis_share = [];}Tegenwoordig mag het niet meer, maar tot ver in de 19e eeuw namen ouders bij het vernoemen niet alleen de voornaam van de [...]

  3. [...] dat de ambtenaar van de burgerlijke stand dat nooit zou toestaan. Sidorova is een achternaam en achternamen mag je in Nederland nu eenmaal niet als voornaam geven, tenzij ze al als voornaam in gebruik zijn. De naam werd dus [...]

  4. […] Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. De burgerlijke stand heeft de voornamen Adriaanszoon, Willemszoon, IJsbrandszoon, Pauluszoon, Gerszoon en Philipsdochter ooit geweigerd, hoewel de rechter de laatste drie alsnog toestond. Deze namen, zo meende de ambtenaar, hadden of ‘niet het karakter van een voornaam’ of ze kwamen overeen met een bestaande familienaam. […]

Laat wat van je horen

*