Zo werken Arabische namen – hoe zou jij heten als je een Arabier was?

Abu Odin Maarten bin Herman bin Herman bin Herman al-Lahayi. Zo zou ik kunnen heten als ik een Arabier was.

Nou ja, een Arabier heet natuurlijk niet snel Odin, Maarten of Herman, het gaat me om de structuur van de naam. Die is wat ingewikkelder dan het Nederlandse systeem voornaam-achternaam.

Foto: Luca Galuzzi / CC BY-SA 2.5
Foto: Luca Galuzzi / CC BY-SA 2.5

Een traditionele Arabische naam bestaat soms wel uit vijf delen: ism (voornaam), kunya (bijnaam), nasab (vadersnaam), nisba (herkomstaanduiding) en laqab (eretitel). Erfelijke achternamen zijn westerse nieuwlichterij. Van oudsher komen ze in de Arabische wereld niet voor.

Ism

De ism is een voornaam zoals wij die ook kennen: de naam die je van je ouders krijgt.

Een islamitische voornaam komt bij voorkeur uit de Koran of de Hadith. Andere namen mogen ook, zolang ze maar een positieve betekenis hebben en niet naar een andere religie verwijzen. (Odin en Maarten zijn dus niet acceptabel, Herman vermoedelijk wel.) Arabische christenen hebben vaak namen uit de Bijbel of van heiligen.

Kunya

In het dagelijks leven worden Arabieren echter vaak niet met hun voornaam aangesproken, maar met hun kunya, een informele bijnaam die verwijst naar de oudste zoon, of bij gebrek daaraan naar de oudste dochter. Als hij op schrift wordt vermeld staat hij vóór de voornaam.

Mijn kunya zou Abu Odin (vader van Odin) zijn, die van mijn vriendin Umm Odin (moeder van).

De kunya kan ook symbolisch zijn. De eerste kalief staat bekend als Abu Bakr (zoon van het kamelenkalf) omdat hij van kamelen hield. Yasser Arafat noemde zich Abu Ammar, naar een van de metgezellen van de profeet.

Nasab

De nasab is een verwijzing naar iemands vader, meestal voorafgegaan door bin/ibn (zoon van) of bint (dochter van). Desgewenst kun je er nog een een of meer generaties aan vast plakken: Sara bint Talal bin Abdulaziz: Sara, dochter van Talal, zoon van Abdulaziz.

Sommige historische figuren zijn uitsluitend bekend bij hun nasab. De wetenschapper Ibn Khaldun heette voluit Abu Zayd Abdu r-Rahman bin Muhammad bin Khaldun al-Hadrami (vader van Zayd, Abdu r-Raḥman, zoon van Muhammad, zoon van Khaldun, de Hadramauter). Khaldun was overigens niet zijn opa, maar een verdere voorvader.

Nisba

Dat al-Hadrami brengt ons bij de nisba, die de herkomst of afkomst aanduidt. Ibn Khaldun beweerde dat zijn familie oorspronkelijk uit de regio Hadramaut in Jemen kwam. Saddam Hussein Abd al-Majid al-Tikriti: Saddam, de zoon van Hussein, de zoon van Abd al Majid, uit Tikrit. De Iraakse dictator kwam inderdaad uit de buurt van die stad.

Ik kom uit Den Haag, in het Arabisch Lahay. Mijn nisba zou dus zoiets als al-Lahayi kunnen zijn. Of al-Hulandi (de Nederlander), zoals verschillende Syriëgangers zich noemen.

Laqab

Tot slot de laqab, een eretitel. De profeet Mozes (Musa) wordt Kalim Allah genoemd: hij die met God heeft gesproken. Saladin, de sultan die het in de twaalfde eeuw opnam tegen de kruisvaarders, heette eigenlijk Yusuf ibn Ayyub (Jozef zoon van Job), maar stond bekend onder de laqabs Salah ad-Din (rechtschapenheid van het geloof) en al-Malik an-Nasir (zegerijke koning).

Hoe zou jij heten?

Wat zou jouw naam zijn volgens het Arabische naamgevingssysteem? Als geheugensteuntje:

  1. Abu (vader van) of Umm (moeder van) + de naam van je oudste zoon of als je geen zoon hebt je oudste dochter;
  2. Je voornaam;
  3. bin (zoon van) of bint (dochter van) + de naam van je vader (en eventueel opa enz.);
  4. de plaats waar je vandaan komt: al-…-i;
  5. een eretitel naar keuze (ik heb er maar van afgezien).

Abu Odin Maarten bin Herman bin Herman bin Herman al-Lahayi. Ik zie deze naam eigenlijk wel zitten.

Gepubliceerd op

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *