Flandrina, Brabantina en Antwerpiana: plaatsnamen als voornamen bij de Oranjes

Willem van Oranje gaf zijn vijf jongste dochters de merkwaardige namen Flandrica, Belgica, Flandrina, Brabantina en Antwerpiana. Hij zette daarmee een trend die nog eeuwen zou voortduren.

Emilia Secunda Antwerpiana van Nassau
Emilia Secunda Antwerpiana

De dochters van Willem de Zwijger

Zoals alles in Willems leven waren deze kindernamen politiek gemotiveerd. Ze moesten de door hem nagestreefde eenheid tussen de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden benadrukken.

De naam van dochter Catharina Belgica (1578-1648) verwees hier direct naar: Belgica is een oude aanduiding voor het gehele gebied van de Nederlanden.

Vier andere dochters werden naar zuidelijke streken vernoemd. Elisabeth Flandrica (1577-1652) en Charlotte Flandrina (1579-1640) waren petekinderen van de Staten van Vlaanderen, Charlotte Brabantina (1580-1631) was een petekind van de Staten van Brabant en voor Emilia Secunda Antwerpiana (1581-1657) trad de stad Antwerpen als peter op.

Willems idee sloeg aan. Twee van zijn kleindochters en twee achterkleindochters kregen ook geografische voornamen: Maria Belgica van Portugal (1598-1647), Sabina Delphica van Portugal (1612-1670, naar haar geboorteplaats Delft), Louise Eleonore Belgica van Hanau-Münzenberg (1636-1636) en de als schilderes bekende Louise Hollandine van de Palts (1622-1709), zo genoemd ter ere van het land dat haar ouders als ballingen had opgenomen.

Johan Willem Friso van Nassau-Dietz
Johan Willem Friso

De Friese Nassaus

Een neef van Oranje, Ernst Casimir van Nassau-Dietz, vierde het feit dat hij stadhouder van Friesland was geworden door zijn in datzelfde jaar geboren dochter Elisabeth Friso (1620-1628) te noemen. Ook zijn achterkleinzoons Willem George Friso (1685-1686) en Johan Willem Friso (1687-1711) droegen namen die de aanspraak van de familie op Friesland onderstreepten.

De zoon van Johan Willem Friso, stadhouder Willem IV, heette voluit Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751). Hij noemde zijn zoon simpelweg Willem (1748-1806), maar deze zou zich later om zijn positie als erfstadhouder der Verenigde Nederlanden (Batavia) te benadrukken Willem Batavus noemen.

Willem Batavus’ zus Carolina trouwde met vorst Karel Christiaan van Nassau-Weilburg. Zij gaven hun twee oudste kinderen ‘Belgische’ voornamen: George Willem Belgicus (1760-1762) en Willem Lodewijk Karel Flamand (1761-1770).

Een van hun kleinkinderen was Willem George August Hendrik Belgicus (1792-1839), hertog van Nassau. Van hem stammen de groothertogen van Luxemburg af.

Stadhouder Willem V Batavus
Willem V Batavus

Trajectina

Jan Nicolaas Floris van Nassau-LaLecq, een telg uit een onwettige tak van de Nassaus, was schout van Utrecht en noemde een dochter naar deze stad (Trajectum in het Latijn): Carolina Wilhelmina Trajectina (1757-1840). Zij kreeg bij haar geboorte van het stadsbestuur een lijfrent van ƒ 150,- per jaar mee.

De families Hoorne en Bentheim-Steinfurt

Het vernoemen naar plaatsen was inmiddels ook bij andere families aangeslagen. Willem van Oranjes achterkleindochter Anna van Nassau trouwde met graaf Willem Adriaan van Hoorne, zoon van Johan Belgicus van Hoorne.

Hun oudste dochter Johanna Sidonia huwde met een petekind van de StatenGeneraal, toepasselijkerwijs Statius Filips van Bentheim-Steinfurt (1668-1749) geheten.

De jongste dochter, Isabella Justine, trad in het huwelijk met graaf Ernst van Bentheim-Steinfurt. Zij noemden hun zoons Frederik Belgicus Karel (1703-1733), Willem Transisulanus (1705-1743, Transisula is Overijssel) en Filips Geldricus Frederik (1706-1734). De laatste twee zullen wel petekinderen zijn geweest van de Staten van Overijssel en Gelre.

De Bentheims zetten de traditie nog twee generaties voort. Frederik Belgicus Karel noemde een zoon Transisulanus (1732-1732) en hij had een kleinzoon genaamd Lodewijk Willem Geldricus Ernst (1756-1817), vorst van Bentheim-Bentheim en Bentheim-Steinfurt.

De broers Saksen-Hildburghausen

Ten slotte de hertogen Ernst en Ernst Frederik I van Saksen-Hildburghausen. Zij traden net als vele andere Duitse vorsten in Nederlandse krijgsdienst en noemden elk een zoon naar hun werkgever: Jozef Frederik Willem Hollandinus (1655-1715) en Ernst Lodewijk Hollandinus (1704-1704).

En nu?

Het einde van de Nederlandse republiek betekende ook het einde van de geografische vorstennamen, misschien omdat provincies en steden niet meer als peters konden optreden.

Johan Friso (foto RVD)
Johan Friso (foto RVD)

De uitzondering die de regel bevestigt lijkt prins Johan Friso (1968) te zijn. Hij is echter niet vernoemd naar Friesland. Zijn ouders vonden Friso gewoon een mooie naam.

Mocht een van de Oranjes ooit een twaalfling krijgen, dan zouden de kinderen kunnen heten:

  • Friso
  • Groningius
  • Drenthicus
  • Transisulanus
  • Geldricus
  • Brabantinus
  • Limburgicus
  • Zeelandinus
  • Trajectinus
  • Hollandinus Septentrionalis
  • Hollandinus Australis
  • Flevo
Gepubliceerd op

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *