Levendig geraaibraakt

In het maandblad Sibbe van juli 1942 wordt de volgende doopinschrijving uit Lekkerkerk aangehaald:

Pieter Bruegel de Oude: Triomf van de dood (ca. 1562-1563, fragment)
Pieter Bruegel de Oude: Triomf van de dood (ca. 1562-1563, fragment)

23 Februari 1716. Gedoopt Willemeyntie. De Vader van dit kind is eenige maanden te voorden vermoord van seker perzoon die nog drie mans en twee vrouwperzonen had vermoord, waar over alhier levendig is geraaibraakt.

Het radbraken, want daar hebben we het hier natuurlijk over, moet een van de wreedste straffen zijn geweest die Nederland heeft gekend.

De veroordeelde werd op een rad vastgebonden en de beul sloeg met een staaf of hamer zijn ledematen kapot. Als je geluk had, kreeg je daarna een genadeklap of werd je onthoofd. Had je pech, dan bleef je nog uren of zelfs dagen in leven.

Ongelooflijk genoeg is deze straf in Nederland pas in 1809 (invoering van het Crimineel Wetboek voor het Koningrijk Holland) afgeschaft en in ieder geval in 1804 nog toegepast:

HEUKELOM den 14 Augustus. De Moordenaar, welke voor eenigen tyd zyne Vrouws Moeder om hals bragt, en zyne Vrouw, benevens derzelver Zuster, kwetste, […] is heden alhier, volgens de oude strenge wyze van Rechtpleging, van onderen op levendig Geradbraakt. De Bailluw van Zuidbeveland, die onzen Plaatzelyke Officier in de uitoefening van zyn Ampt had bygestaan, heeft in Perzoon den veroordeelden deszelfs Doodvonnis aangekondigd.

Bataafsche Leeuwarder Courant, 25 augustus 1804

Twee jaar later veroordeelde het Hof van Holland een zekere Nicolaas Brouwenstein tot het rad, een straf die in zijn geval wel toepasselijk was. Men beschuldigde hem er namelijk van dat hij

op den 1 October 1800, zekeren Willem Kieftenburg en deszelfs Huisvrouw, zynde oude Lieden, een Uitdragery doende, met een zwaaren yzeren Moker of Voorhamer, verscheiden schrikkelyke wonden en kneuzingen op het Hoofd en de Herssenpan had toegebragt aan welke wonden de oude Vrouw op den derden dag daarna was overleden: […].

Vriesche Courant, 24 juli 1806

Het aanvankelijke vonnis luidde: “Geesseling en Brandmerk met den Strop om den hals aan de Galg vast gemaakt” en opsluiting “voor den tyd van veertig Jaaren“. Brouwenstein ging in hoger beroep en werd vervolgens veroordeeld tot “de doodstraffe op het Rad“.

Ik heb de indruk dat dit vonnis niet is voltrokken. Koning Lodewijk Napoleon verleende Brouwenstein bij decreet van 17 juli 1806 uitstel van executie. Verder heb ik over deze zaak in de kranten niets teruggevonden.

Gepubliceerd op

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *