Mohammed en Poedel: 11 ongepaste en zedeloze voornamen uit 1800

“Ongepaste, zedeloze of de staat en de kerk beledigende namen” moesten verboden worden, schreef een Duitse jurist in 1800. Wie zijn kind toch zo’n voornaam gaf, verachtte kennelijk het sacrament van de doop en moest de gevangenis in. Hij gaf elf voorbeelden van ontoelaatbare namen:

  1. Baal
  2. Beelzebub
  3. Bachus
  4. Pan
  5. Mahomet (Mohammed)
  6. Knipperdolling
  7. Pudel (poedel)
  8. Mops (mopshond)
  9. Reichsfeind (rijksvijand)
  10. Rebell
  11. Menschenhasser (mensenhater)
De executie van de wederdopers Jan van Leiden, Berend Krechting en Berend Knipperdolling in Münster, 1536 (Hermann Kerssenbrock, Geschichte der Wiedertäufer, 1711)
De executie van de wederdopers Jan van Leiden, Berend Krechting en Berend Knipperdolling in Münster, 1536 (Hermann Kerssenbrock, Geschichte der Wiedertäufer, 1711)

De eerste zes namen vallen duidelijk in de categorie ‘godslasterlijk’. Baäl, Beëlzebub (‘heer der vliegen’), Bacchus en Pan zijn heidense godheden. Ook met de profeet Mohammed had onze zegsman weinig op. De stichter van de islam gold als dé tegenstander van het christendom.

De zesde naam is een verwijzing naar Berend Knipperdolling, de leider van de wederdoperopstand in de stad Münster (1534/1535). Hij was het schoolvoorbeeld van zowel een ketter als een Reichsfeind en een Rebell, iemand die zich tegen kerk én staat had gekeerd.

Curieus zijn de hondennamen Pudel en Mops in het lijstje. Wat kon de schrijver daar op tegen hebben? Had hij iets tegen honden of vond hij het ongepast om mensen dierennamen te geven? Ik weet het niet.

Ik ga ervan uit dat onze jurist dit namenlijstje uit zijn duim heeft gezogen. Dat er in het Duitsland van rond 1800 af en toe een verdwaalde Mohammed rondliep, wil ik nog wel geloven, maar niet dat er ouders waren die hun kind echt Beelzebub of Menschenhasser noemden.

Tegenwoordig worden er in Nederland jaarlijks vele honderden Mohammeds geboren. In Duitsland zijn het er duizenden. Als de wil van deze jurist wet was, dan zaten de gevangenissen overvol.

Bron: Mitterauer, Michael, “Traditionen der Namengebung: Namenkunde als interdisziplinäres Forschungsgebiet”, Böhlau Verlag Wien 2011, pp. 167-168.

Gepubliceerd op

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *