Klara, Bettekoo, Annemie en Aagje: Charivarius over modenamen

Ook in de tijd van de bekende taalcriticus Charivarius (Gerard Nolst Trenité, 1870-1946) waren voornamen al aan mode onderhevig. Hij nam de toenmalige trend op de korrel in zijn bekende gedicht Naampje.

Charivarius door door Annie de Meester (1914)
Charivarius door door Annie de Meester (1914)

Naampje

De tijd van Klara, Bettekoo, van Annemie en Aagje
Is lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld van het Haagje.
Zoo ’n naampje op een y-tje klinkt zoo fijntjes, zoo coquetjes,
Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes.
We zeggen liever Mary, Tini, Cobi, Anni, Mini,
En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lotty, Stini.
En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jetty,
En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Enny, Polly, Hetty,
En Maggy, Tilly, Fanny, Lili, Lizzy, Carry, Corry,
En Bini, Betty, Dini, Nettie, Suzie, Emmy, Dorry.
Een jongen heet geen Hein, maar Harry. Jan is plat; zeg Johnny,
En Willem—dat moet Willy zijn, en Toon natuurlijk Tonny,
Dan noem’ we Wijnand Wijnie’ hoor; een ie-tje hebben zál-ie!
Wat moet’ we dan met Albert doen? Wel, noem den lummel Allie!
Ook Eduard is veel te flink, en Frits en Ferdinand,
Die worden dus tot Eddy, Freddy, Ferry-dear ontmand.
En Gijs wordt Bertie, Bonnie staat voor… drommels ja hoe heet díé?
Gelukkig nog dat Piet voorlopig Piet is en geen Pietie!
Al wat uit Eng’land komt is chic. Ja juist, maar je vergeet,
Dat daar de waschvrouw Mary, en het vischwijf Kitty heet!

Uit: Ruize-rijmen, 1926

Gepubliceerd op

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *